De metingen van de parkeerdruk in Den Haag liggen onder vuur. Met name in Bezuidenhout-Oost rijst de vraag of de door de gemeente gepresenteerde cijfers de werkelijkheid wel accuraat weergeven. Het vermoeden bestaat dat parkeerplekken met een laadpaal worden meegeteld in het totaal aantal beschikbare reguliere plaatsen.
Laadplekken vs. Reguliere plekken
De problemen zijn aangekaart door de lokale politiek, waarbij raadslid Ralf Sluijs van Hart voor Den Haag stelt dat de cijfers structureel vertekend zijn. Uit de gemeentelijke database zou blijken dat er in Bezuidenhout-Oost ongeveer 160 plekken "te veel" worden gerekend. Dit zijn parkeerplaatsen gereserveerd voor het opladen van elektrische voertuigen.
Volgens de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) mag een voertuig weliswaar staan op een laadplek, maar uitsluitend om daadwerkelijk te laden. Een niet-elektrische auto, of een elektrische auto die niet is aangesloten, is in overtreding. Deze 160 gereserveerde plekken vertegenwoordigen ongeveer vijf procent van de totale parkeercapaciteit in de wijk.
Structurele onderschatting?
Door de laadplekken mee te tellen in de zogenaamde vrije restcapaciteit, lijkt de parkeerdruk op papier lager dan hij in werkelijkheid op straat wordt ervaren door bewoners met een reguliere brandstofauto. Bewoners die dagelijks rondjes rijden op zoek naar een plekje, botsen zo tegen de harde cijfers van de gemeente aan die beweren dat er "voldoende" plek is.
Er wordt nu door de gemeenteraad geëist dat er snel duidelijkheid komt over hoe deze tellingen tot stand komen. Als blijkt dat deze methode stadsbreed wordt toegepast, zou dit betekenen dat het structurele parkeerprobleem op veel meer plekken in Den Haag wordt onderschat.
Bron: Omroep West